Methodes om te budgetteren

Een budget helpt je om je financiën op orde te houden. Eerder schreven we al eens hoe je grip op je geldzaken kunt krijgen. Belangrijke onderdelen hiervan zijn weten wat je uitgeeft en het opstellen van een maandbudget. Welke methodes kunnen jou helpen om te budgetteren?

50/20/30 budget

Een methode om je budget op te stellen is het verdelen van je uitgaven in drie categoriën: needs, savings en wants. Dit wil zeggen dat je je uitgaven verdeelt in lasten waar je niet onderuit kunt (needs), sparen (savings) en uitgaven die je doet omdat je dat wil (wants). Elke categorie krijgt een bepaald percentage (dat je zelf aan kunt passen naar wat het beste past bij jouw situatie):

  • 50% needs
  • 20% savings
  • 30% wants

Deze percentages pas je toe op je maandelijkse inkomen. Wanneer je € 2.000 netto verdient betekent dat dus dat je € 1.000 uitgeeft aan lasten waar je niet onderuit kunt, € 400 euro bijdraagt aan het bereiken van je financiële doelen en € 600 uitgeeft aan zaken die je zelf graag wil maar niet noodzakelijk zijn.


Voorbeelden van needs zijn woonlasten, g/w/e, boodschappen (alleen wat echt nodig is). Voorbeelden van wants zijn een schoonmaakster, luxe tv-abonnement, dure boodschappen.

Zoals gezegd kun je de percentages aanpassen naar jouw situatie. In ons geval zijn de percentages ongeveer als volgt verdeeld (aanname dat reserveringen die we doen 50% needs en 50% wants zijn):

  • 36% needs
  • 38% savings
  • 24% wants

Voor- en nadelen

De voordelen van deze manier van budgetteren is dat je je budget niet in veel categorieën hoeft te verdelen. Als het woord budgetteren je afschrikt kan dit een fijne manier zijn om te starten met het maken van een budget.

Het nadeel is dat je jezelf vooraf een percentage toewijst wat je uit mag geven aan wants. Dit kan er voor zorgen dat je minder geld bespaart dan je eigenlijk zou kunnen of willen.

Zero-based budget

Deze budgetteringsmethode is ook wel bekend als elke dollar die binnenkomt een bepaalde taak geven. Je gaat je complete inkomen verdelen binnen je budget. De bedragen die je spaart leg je vooraf in detail vast. Dit is een veel gebruikte methode.

Wij hebben deze methode gebruikt voor het opzetten van ons maandbudget. Hiervoor hebben we eerst onze inkomsten en alle vaste lasten op een rij gezet. Vervolgens hebben we een budget opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Het bedrag wat overblijft hebben we verdeeld over verschillende spaarpotjes en beleggingsrekeningen.

Voor- en nadelen

Het voordeel van deze methode van budgetteren is dat je precies weet waar elke euro blijft. Ook is het principe van jezelf eerst betalen opgenomen in je budget. Je ziet het sparen namelijk als vaste last binnen je budget.

Een nadeel is dat deze manier van budgetteren vrij gedetailleerd is. Als je een hekel hebt aan budgetteren is deze manier waarschijnlijk niet zo geschikt. Het kan al snel voelen alsof je jezelf zaken “verbied”. Dit kun je voorkomen door een budgetregel voor leuke dingen op te nemen, zo hebben wij 200 euro per maand opgenomen als vaste last voor etentjes en leuke dingen.

Ook kost het monitoren van je op deze manier veel tijd.

Je eigen methode

Je kunt natuurlijk ook je eigen methode gebruiken voor het opzetten van een budget. Misschien vind jij het werken met percentages wel fijn, maar wil je meer dan 3 categorieën gebruiken binnen je budget. Of misschien werkt het voor jou goed om je vaste lasten en bepaalde spaarbedragen op te nemen binnen je budget, en het restant te gebruiken voor variabele uitgaven waarbij je ‘op = op’ hanteert zonder vooraf te budgetteren.

Het belangrijkste van budgetteren is dat je inzicht krijgt in waar je geld aan uit wil geven en waar je het daadwerkelijk aan uitgeeft. Er is niet een regel hoe je het moet doen.

Maak jij gebruik van een budget? Welke methode gebruik je daarvoor?

Dit vind je misschien ook leuk


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.